Dit is mijn zoon Tijn en hij is 7 jaar. Ik gun hem de wereld en als het aan mij ligt dan krijgt hij die ook, samen met alle andere kinderen. Het is mijn droom dat onze kinderen in een wereld leven die inclusief denkt en handelt. Een wereld die kansen biedt aan eenieder en mensen op een ‘level playing field’ inkomen laat genereren opdat zij kunnen voorzien in hun fysieke en mentale behoeften. Helaas is die wereld niet zomaar binnen handbereik.

Daarom is het mijn ambitie om onze samenleving en te beginnen met de wereld van ‘werk’ anders in te richten. Werken is voor mensen heel wezenlijk. Het zorgt in de eerste plaats voor inkomen, maar voorziet – net zo belangrijk -in de behoefte aan zingeving en brengt eigenwaarde.  Werk -kan- dus een enorm positieve impact hebben. Ook als energiegever, sociaal bindmiddel en geluksgenerator.

Toch brengt de manier waarop we werk en mensen nu hebben georganiseerd bij vele niet het beste naar boven. Ook staat het hebben van passend werk voor grote groepen steeds sterker onder druk. Dit zijn potentiële bedreigingen voor de toekomst van u, onze kinderen, bedrijven en organisaties en dus de samenleving.

Hoe ik die nieuwe wereld van werk voor mij zie?

Een fijne toekomst voor Tijn vraagt om een andere manier van kijken, een andere manier van doen.  Door het aanboren van natuurlijke menselijke energiebronnen, zoals aanleg/talent en ambitie, stellen we mensen veel beter in staat een leven lang een bijdrage aan de wereld te leveren. In een tijd waar repetitief werk verdwijnt en kennis veel minder onderscheidend en meer vluchtig is, zal  juist het (wendbaar) inzetten van je persoonlijke talenten en vaardigheden succes en welbevinden bepalen. Dat vraagt dus ook dat we werk anders gaan beschrijven, concreter aantrekkelijker en we het exclusieve keurslijf van de functiebeschrijving bij het toewijzen van werk laten varen.

Ik droom van een wereld waar organisaties terug naar de essentie gaan, en het belang wat ze hebben voor de samenleving bij hun doelen betrekken. Waar ‘waarde’ niet zozeer wordt uitgedrukt in geld maar in maatschappelijke meerwaarde. waar we inzetten op ‘hoe het wel kan’ (via uitgangspunten, kaders, spelregels gericht op stimuleren van de intenties) in plaats van ‘wat er niet kan’ (regels, die normeren wat er wel en vooral niet mag). Werk wordt beschreven en ingericht op basis van deze duurzame waarden.  Waar we techniek voor ons laten werken en digitalisering een keuze blijft en niet iets wat ons zondermeer overkomt.

Ik droom van een wereld waarbij we als samenleving onze verantwoordelijkheid nemen en zwaar werk, zoals stratenmaker zijn, maar beperkt en zeker geen 40 jaar fulltime meer toestaan. Ik zie een circulaire arbeidsmarkt die ervoor zorgt dat zoveel mogelijk mensen blijvend in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien; mensen doen mee naar vermogen, dat wordt de lijn. Ook de ontwikkeling van onze kinderen wordt gestoeld op hun aanleg en ambitie; het hebben van een echt ambacht/vaardigheid wordt weer waardevol. School gaat over jezelf leren kennen en je unieke talenten ontwikkelen en niet over rapportcijfers.

Hoe komen we daar?

We hebben niet zozeer een totaal andere samenleving nodig, maar vooral de erkenning dat we een bredere focus nodig hebben bij de waardering van aspecten als vaardigheid, persoonlijkheid, ambitie, ten opzichte van ervaring en opleidingsniveau. Dit om kansen te maximaliseren. Oplossingen hiervoor zijn simpeler dan we denken en vaak heel erg voor de hand liggend. De grote uitdaging zit hem in het loslaten van staande denkbeelden, oude zekerheden en soms eigenbelang. En we sluiten vooral in, en waarderen juist ieders unieke bijdrage aan het grote geheel.

We staan op de brug. Een brug  tussen de oude en de nieuwe wereld. Een wereld waarin we samenwerken, en eenieder naar vermogen kunnen laten bijdragen, op basis van ambitie en aanleg/talent.

Om zo’n samenleving te creëren, dat is mijn droom, voor Tijn, voor zijn broertje Milo en voor alle andere kinderen.